Denk eens na over wat jouw aanpak van je vraagt nog vóór een aanval begint. Je maakt de afweging. Is dit echt of stelt het niks voor? Is het erg genoeg voor een triptaan, of red je het met ibuprofen en een donkere kamer? Je hebt geleerd te rantsoeneren — niet omdat je neuroloog dat zei, maar omdat je weet wat medicatie-afhankelijke hoofdpijn is, omdat de kater van een triptaan je een halve dag kost, en omdat je een grens hebt waaronder je gewoon op je tanden bijt.
Je plant alvast rond de naweeën voordat de aanval er is. Je weet dat een migraine op woensdag betekent dat donderdag een hersteldag is, dus schuif je alles van donderdag door naar vrijdag, en zit vrijdag overvol. Je gezin en je collega’s kennen een versie van jou die stilletjes afzegt, op sommige dagen zonder ophef verdwijnt — net iets minder betrouwbaar, net iets minder beschikbaar — zó consequent dat iedereen om je heen het inmiddels accepteert als ‘gewoon hoe je bent’.
Je bent niet je vermogen om te functioneren kwijt. Je bent je spontaniteit kwijt. Je bent de versie van jezelf kwijt die ja kon zeggen zonder er stilletjes een slag om de arm bij te houden. Je bent dit gaan zien als de prijs van een aandoening die ‘goed onder controle’ is. Dat is het niet. Dit is hoe het eruitziet als je genoegen neemt met een halve oplossing.